Dat ik in tegenstelling tot een tomeloze discipline tot veel trainen ook heel lui kan zijn dat is algemeen bekend. Lui wil niet zeggen dat ik in voorkomende gevallen niet zorg dat ik fit blijf, maar er is dan geen sprake van enige trainingsregelmaat danwel beleid.
Kortom mij kan niets gebeuren en toch was daar ineens koning winter ……..oeps! zou het dan na twee eerdere edities (`86 en `97) toch weer zover komen, de tocht der tochten?
De 11-stedenkoorts kreeg ook mij langzamerhand in de greep. Opeens bedacht ik mij dat vijfmaal in mijn leven het rondje Friesland op de schaats (op de fiets zit ik daar inmiddels al wel op) wel leuk voor de statistieken zou zijn. Een snelle gedachte leverde op: heb nu twee kruisjes, ben inmiddels op weg richting de vijftig. VIJFTIG! als het nog tien jaar duurt en daarna nog twee keer tien jaar dan moet ik op mijn 70+ waarschijnlijk nog het vijfde kruisje bij elkaar klunen. Kortom “it mat oan gien”
Na het verwerken van het slechte nieuws bleef de gedachte om op 70+ nog te moeten (overigens mijn vader heeft het vast en zeker overwogen) in mijn hoofd spoken. Na afhankelijk het plan om de zuidelijke lus tot en met Bolsward te rijden, kwam per toeval de mogelijkheid voorbij om met vier anderen op te gaan voor de volle 200km.
Met Adriaan Helmantel (ex-wielrenner), Ard Veneman (ex-marathon schaatser) en regionale rijders Jelmer Hoekstra en Erik Kort vetrokken we om 07:15 uur vanaf de Zwette in Leeuwarden. Bij de start was het een gezellig samenzijn met vele bekenden o.a. oud collega triatleet Jacob van de Ploeg (in `97 nog mijn verzorger) en zijn muzikale broer Syb. Na een fotootje met de deze bekendheid, begon ik de dag met een achtervolging. Het kwartet kon niet langer wachten en was al op weg naar de oversteek over het Van Harinxmakanaal. In het schemer was dit een eerste moeizame passage, maar met een bijna volle maan en nog frisse benen vormde dit eigenlijk geen probleem. Dit gold ook voor het traject naar Sneek, aldaar wel drie klunen, en IJlst. Eenmaal op het Slotermeer konden we genieten van een adembenemende zonsopgang en dit maakte de slechte stukken (alwaar zeker ongelukken waren gebeurd) in het Slotermeer tot bijzaak.
In Sloten de eerste verzorging vanuit de meerijdende auto van Vader Kort. Nieuwe bidon mee en lekker zelfgebakken cakejes. Terug over het Slotermeer op weg naar de veel in het nieuws besproken Luts (Balk). De door hoge muren omgeven smalle doorgang in Balk is een van mijn favoriete stukjes Elfstedentocht en eigenlijk geldt dat voor het hele stuk door Gaasterland. De Luts was inderdaad slecht, maar voordat ik er erg in had gleden we Stavoren binnen. Tweede verzorging en een reprimande van onze verzorger/coach van de dag, we gingen te snel de 11-stedentocht zou pas beginnen na Harlingen. Nou ja ….. alsof ik dat niet weet. Ik herinner me als de dag van gisteren de uren in het donker over de vreselijk slechte Dokkumer-Ee (`87), overigens een gedenkwaardige dag samen met mijn vader, of de snijdende wind op een Blikvaart vol zand (`97).
Het stuk van Stavoren, via Hindeloopen naar Bolsward kende twee gezichten na aanvankelijk de wind in de rug kwam deze in toenemende mate van opzij, maar als mannen met wielerervaring wisten we hier middels een geoliede waaier wel raad mee. Bolsward zou bereikt worden om twaalf uur zo was de voorspelling. Om vijf minuten voor twaalf bereikten we Bolsward, de helft zat erop. In Bolsward miste ik op een of andere manier mijn persoonlijke verzorgers van de dag, vrouwlief en de jongste telg.
Vlak voor Harlingen rijdersberaad. In Harlingen zouden twee lange stukken gekluund moeten worden, verzorger/coach adviseerde de schoenen aan te trekken. Na aanvankelijk de schoenen wel mee te nemen gehoorzaamden we ook nu niet. Je schaatsen uittrekken na 120km is zowaar geen pretje laat staan vijf minuten later weer te moeten aantrekken. Lopen op schaatsen is na 26 jaar sowieso een stuk makkelijker, 26 jaar? Ja, want waarschijnlijk was ik in `97 een van de eersten die de 11-stedentocht toen al op klapschaatsen reed.
In Franeker dan eindelijk een heerlijke knuf en koffie van mijn meiden maar wel wederom een achterstand. Onze verzorger zou ook ergens in Franeker staan dus ik had de anderen vooruit gestuurd. Eenmaal weer op weg geen metgezellen te bekennen. Toch maar Franeker uit op weg naar Bartlehiem kilometers alleen. Ik troostte me al met de gedachte, dat ik de resterende kilometers alleen zou moeten rijden. Gezien mijn fysieke toestand verontrustte mij dat niet eens alhoewel op zo`n dag “samen uit samen thuis” zelfs voor mij zwaar weegt. Even later een verlossend telefoontje dat ze in Ried (Rie) waren waarvan ik zo`n 500m meter verwijderd was, even later sloot ik weer aan.
De wind en de slechte en smal begaanbare Zuidhoekstervaart met veel tegenliggers maakte het stuk naar Bartlehiem lastig en zorgde voor een lelijke val van Jelmer. Op de Finkumervaart werd de wind echt een uitdaging die ik graag aanging, een 11-steden moet tenslotte zwaar zijn.
In Bartlehiem een leuke verrassing, mijn dochter schaatste ons tegemoet, prachtig! En een warm onthaal van Anetta en mijn collega, tevens vriendin van Erik, Ilse de Roos.
Het vervolg naar Dokkum was stoer maar over een prachtige ijsvlakte. In de hele Dokkumer Ee niet zoveel scheuren dan elders op slechts een kilometer.
In Dokkum eindelijk even tijd voor een warme chocolademelk, de Bonke zouden we bereiken volgens voornemen bij daglicht. Via Birdaard, tevens laatste verzorging, terug naar Bartlehiem waar dochterlief nog steeds op schaatsen stond en dus wederom in de achtervolging.
Bij Aldtsjerk de laatste kluunplek hetgeen ons al was meegedeeld in Birdaard, net voor onze passage was daar een bypass gemaakt. Eerst over een “stront” slootje en daarna zo`n honderd meter klunen. Even overwogen een bekende op de rug te nemen die zijn hoezen was vergeten en moest kruipen, maar dat durfde ik toch maar niet meer aan, De stabiliteit en coördinatie loopt toch wel wat achteruit na zo`n 195 km.
Na het beroemde 11-stedenbruggetje bij Miedum, waarop ik had kunnen staan, maar zo groot is mijn trots nou ook weer niet, was het laatste stuk net zo adembenemend als het eerste stuk met een roodgloeiende ondergaande zon aan de horizon.
In het verslag van afgelopen zomer sprak ik over de zeldzame flow. Daar was deze dag geen sprake van, alhoewel je je de waardevolle dingen pas achteraf realiseert. Genoten van het prachtige weer, de zonsop- en ondergang, de start met bekenden, de ontmoeting met mijn dochter bij Bartlehiem, een prima gezelschap en verzorging, maakten dit een van de speciale sportdagen in mijn leven.
Nummer drie is binnen, nog twee te gaan!
Februari 2012


Geen opmerkingen:
Een reactie posten