Na in het verleden één of meerdere malen Amstel Gold, Luik-Bastenaken-Luik en Ronde van Vlaanderen was het dit jaar weer eens tijd om een klassieker van naam aan mijn “to do” Events toe te voegen. Nog niet zo lang, zo`n week of vijf geleden, ineens een ingeving. In de eerste serieuze omvang periode van het seizoen, ja beetje laat uit de winterslaap gekomen, paste goed een vlakke cyclo, maar uiteraard wel een met voldoende uitdaging. De uitdaging moest dus gevonden worden in het parkoers en dan denk je maar aan één cyclo klassieker en dat is uiteraard de klassieker onder de klassiekers Parijs-Roubaix.
Binnen korte tijd een aantal knechten geregeld, alsmede enkele logistieke zaken, vervoer en overnachting, kortom een camper met chauffeur. Na een goede en voorspoedige reis een heerlijke pasta maaltijd van vrouwlief en een goede (krappe) nachtrust stonden we in de laatste startgroep aan het vertrek. Niet dat dit ons deerde. De doelstelling was genieten, beleven, voelen, ervaren en elkaar bijstaan bij de moeilijke maar vooral lekke momenten.
De cyclo variant telt slechts150km maar wel ruim dertig kilometer pavés verdeelt over 19 secteurs. Na dertig kilometer de eerste kasseienstrook. Middels de ronde van Drenthe met een aantal keienstroken (volgens Femmy) en een aantal eigen ritten met lange stroken bij Schoonloo, Schoonoord, Buinen en Exloo had ik me voorbereid ………….. dacht ik. De eerste sectie kasseien maakten al snel duidelijk dat kasseien iets heftiger zijn dan keien. De eerste twee honderd meter links, rechts, voor, achter deelnemers langs de kant met platte tubes en de “weg” bezaaid met bidons, Bienvenue En Enfer.
Handjes los op het stuur met dubbel stuurlint en gel pads op de 25mm tubes a 6bar op een niet te licht verzet, maar zeker ook niet te zwaar, zo hard mogelijk er overheen. Jammer, want tijd om om je heen te kijken krijg je niet echt. Geen moment rust wordt je gegund nou ja een stuk makkelijker wordt het op het kantje, maar ik was toch zeker voor de pavés gekomen. Kortom het was heftiger dan dat ik had verwacht maar wel heeeeeeel gaaf.
Nog specialer werd het toen we vanaf Arenberg koers zetten richting het bos van Wallers, het is alsof je naar het einde van de wereld rijdt. Een zwart gat tegemoet en omdat de weg iets afloop lijkt het net of je aldaar van het randje af rijdt. Een belevenis om nog maar niet te spreken over de toestand van de weg door het bos. Hoezo slecht!
Na het bos een eigen verzorgingspost, alhoewel we niets te klagen hadden, de organisatie was meer dan prima, geheel verkeersvrij en goed gevulde verzorgingsposten. Zoveel Gendarmerie is in Nederland zelfs metprof koersen niet op de been.
De laatste vijftig kilometer nog even gas gegeven, polsen en schouders steeds gevoeliger en vooral verzuring in de bovenarmen, jawel u leest het goed de armen.
Na vijf uur en gezamenlijk vier lekke banden, draaiden we het Velodrome op na een onvergetelijke belevenis die een vervolg zou krijgen met een douche in de karakteristieke Roubaix Velodrome “barakken”, stokoud maar wel vol met historie en alle winnaars vereeuwigd.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten